Borgersmoeltjes.

Piet Huson.

In onze buurt wordt voortdurend gesloopt en er verhuizen dus doorlopend mensen. Hoe gaat dit? Waar gaan de mensen wonen en wat moet er allemaal gebeuren? Bijna ieder van ons overkomt dat eens. Vandaar dat de redactie op pad is gegaan en een vraaggesprek heeft gehad met Piet Huson, ex-bewoner van een huis in de Jac.v.Lennepstraat, op de plaats waar het integratieproject (school +buurthuis (De Vierhoek)+bibliotheek) gebouwd gaat worden. Bij hem liep alles niet zo gladjes.

Ik ben in 1975 in de Kinkerbuurt komen wonen via een woningruil. Ik heb vanaf het begin geweten dat het huis gesloopt moest worden voor de stadsvernieuwing, maar ik heb het toch genomen omdat het een prettige ruimte was en vanwege de huur. Mijn achtergelaten woning was te duur. Ik wist dat ik er maar 5 jaar kon wonen en onder het motto "dan zien we wel weer" ben ik er toch gaan wonen.
Ik ben wel aan de buurt gehecht geraakt, de markt, de winkels en ik heb hier vrienden gekregen. Het huis was in redelijke staat en vooral de tuin vond ik fijn. Toen dan ook het eerste bezoek kwam van een ambtenaar had ik weinig zin om uit de buurt te vertrekken. Je verkeert dan in grote onzekerheid over waar je terecht zult komen.

Mijn eerste reactie was afwachten tot ik iets krijg aangeboden. Omdat door ambtenaren bepaald was dat van ons blok niemand in de nieuwbouw mocht komen, hebben we op initiatief van Aktiegroep Kinkerbuurt Zuid een bewonersgroep gevormd om tegen deze onbillijkheid in opstand te komen. Bij navraag door de bezoekgroep bleek dat toch niemand naar de nieuwbouw wilde. Vooral omdat in die tijd (voorjaar 1980) mensen al begonnen te verhuizen, was de bewonersgroep geen lang leven beschoren. Ik wilde zelf niet naar de nieuwbouw omdat het te duur is en de regeringspolitiek  ten aanzien van de individuele huursubsidie onduidelijk is. Dit argument speelde voor meer mensen. Ik had zelf de wijk Oud-West als voorkeur opgegeven voor herhuisvesting om toch in de buurt te kunnen blijven wonen.

Mijn ervaring met het eerste bezoek van ambtenaren wil ik graag doorgeven aan de buurtbewoners die er nog mee te maken krijgen. Ik denk dat het zeer belangrijk is dit eerste gesprek goed voor te bereiden op de volgende punten: 1. de huurhoogte en 2. de voorkeursbuurt. Het is belangrijk goed te weten wat je wilt omdat je vanaf het eerste bezoek aanbiedingen krijgt voor andere woningen en het is belangrijk dat je je keus dan goed overwogen hebt. Iets anders waar je totaal niet op voorbereid bent is het deurwaardersexploit wat je krijgt, vol met moeilijke taal. Je wordt daarin gesommeerd je huis te verlaten voor een bepaalde in het exploit genoemde datum. Ik heb toen een brief teruggeschreven waarin ik schreef dat ik niet akkoord ging met deze sommatie tenzij aan mijn eis was voldaan van gelijkwaardige vervangende woonruimte. Het is belangrijk dit te doen voor het geval er een proces op volgt. Het kan op een rechtszitting uitlopen omdat de afdeling stadsvernieuwing en de juridische afdeling langs elkaar heen werken. Zo werd ik door de juridische afdeling gebeld of ik al verhuisplannen had, terwijl herhuisvesting kon weten dat ik geen goed aanbod meer gehad had. Ik heb overigens nooit op mijn brief antwoord gehad. Voor mij is het duidelijk dat dit beter begeleid zou moeten worden door b.v. iemand van de projectgroep.


De eerste aangeboden woning was een slechte woning, slecht onderhouden, slecht uitzicht en slechte indeling, zodat ik weigerde. De gemeente vond dit een onterechte weigering, want volgens hen was die woning goed voor een alleenstaande.. Naar mijn idee houden ze veel te weinig rekening met de individuele normen die je stelt. Bovendien hadden ze slecht geluisterd, want de aangeboden woning had een lagere huur dan ik wilde betalen. Ik schrok dat de gemeente dit een onterechte weigering vond.  Voor de gemeente is dit geen ramp, want je mag een keer weigeren. Maar voor mij werd de toekomst steeds onzekerder en ik werd bang dat ik steeds dit soort woningen aangeboden zou krijgen. Ik had het gevoel dat ik was overgeleverd aan de willekeur van de ambtenaren. Ik heb toen een brief geschreven naar de klachtencommissie met uitgebreid het waarom van  de weigering. Er kwam een brief terug waarin zonder argumenten mijn weigering onterecht bleef. Ook de klachtencommissie ziet je als een "geval",

Hierna heb ik verschillende aanbiedingen gehad. Twee aanbiedingen waren niet leeg, dit waren waarschijnlijk speculatiepanden. Een woning was illegaal gesplitst door de makelaar. Herhuisvesting kon daar niets aan doen omdat net in die tijd de gemeenteverordening die bedoeld was om die splitsing tegen te gaan, door Wiegel in de prullebak was gegooid. De makelaar zei letterlijk: "Je hebt het zeker wel in de krant gelezen, ik kan nu mijn gang gaan.". Bij de tweede aanbieding bleek dat er toch mensen in woonden, die overname hadden betaald aan de vorige bewoners en die zich rot schrokken toen ik ineens op bezoek kwam. Zij wisten niet dat dit een woning was van Herhuisvesting. Vaak wordt gezegd dat krakers de lege woningen aan het distributiebestand onttrekken, maar mijn ervaring is totaal anders. Het waren de makelaars en de ex-bewoners die uit winstbejag handelden.
Voor Piet had dit tot gevolg dat op de ontruimingsdag, 1 November, hij nog geen andere woning had, terwijl ze op de hoek begonnen met slopen. De gemeente liet na de niet meer bewoonde woningen goed af te schermen, zodat dit allerlei nare gevolgen had. Brandstichting, een waterleiding die losgetrokken werd, zodat alles bij mij blank kwam te staan. Inbraak was aan de orde van de dag. Ik had voor de sloop begon weer een brief naar de gemeente gestuurd waarin ik o.a. die gemeente aansprakelijk had gesteld voor de door mij eventueel te ondervinden overlast en schade als gevolg van de sloop.

Toen ik bericht kreeg van de sloop en nog geen woning had, kreeg ik het benauwd. Wat gaat er nu met me gebeuren? Moet ik naar het rampenhotel? Toezegging van de gemeente dat mijn woning met rust zou worden gelaten gaf me van die kant wat rust. Ik was bevreesd voor de officiele slopers. Ik had echter niet ingeschat dat er allerlei mensen nog in de panden zouden gaan zoeken of ze iets van hun gading konden vinden, zonder rekening te houden met de bewoners die er nog zaten. Dit was heel bedreigend. Af en toe viel er door de vernielingen de electriciteit uit, er werd ingebroken etc. De druppel die de emmer deed overlopen was de watersnood die ontstond toen iemand een leiding wegtrok waardoor bij mij een hallf uur lang het water naar binnen stroomde. Na de watersnood zijn de woningen door de gemeente eindelijk dichtgetimmerd en de laatste vijf dagen voor mijn, toch nog overhaaste vertrek, is het rustig geweest. Ik vind dan ook dat de gemeente deze ellende had kunnen voorkomen, door eerder maatregelen te nemen.
Ik wil de bewoners die nog moeten verhuizen de raad geven, om op tijd brieven te schrijven naar de gemeente voor aansprakelijkheid voor eventuele schade en voor verzegeling van de niet meer bewoonde panden.

 

Gevraagd naar zijn verwachtingen naar de gemeente: "Als uiterste datum voor reaktie op mijn eis om de door mij geleden schade van ongeveer f. 2.000,00 te vergoeden heb ik 31 Januari gesteld. Ik heb tot nu toe (4 Februari) nog niets gehoord. Mocht dit zo blijven dan ben ik helaas genoodzaakt nog meer inspanningen te doen om mijn recht te halen. Wat ik nog wil vermelden is dat ik tijdens dit hele verhuisproces veel steun heb gehad van Henk Tideman van de bezoekgroep.

Ome Joop.

Joop Wayerink heeft ruim 25 jaar op de hoek van de Jacob van Lennepkade en de Jan Pieter Heyestraat zijn winkel in autosloop-
onderdelen etc. gerund. Zijn vrouw (tante Bep) voorzag hem immer van zijn natje en droogje en beiden waren een begrip in de buurt.

Ome Joop voor zijn winkel.

   
Dezelfde hoek in oude dagen.                Zo ziet het er tegenwooordig uit.

Ome Joop moest door de sloop en de vernieuwingen verdwijnen en werd uitgekocht. Gelukkig kwam er tegelijkertijd woonruimte
beschikbaar op de andere hoek van de Jacob van Lennepkade (hoek Bilderdijkkade) waar hij nu nog steeds heel gelukkig woont.
Inmiddeks is hij 86 jaar, heeft helaas zijn echtgenote verloren en rijdt nu in gemotoriseerd invalidevervoer wegens de ziekte van Parkinson. Vroeger deed hij veel boodschappen voor oudere buurtbewoners maar dat gaat nu niet meer. Hij is al blij dat hij voor zichzelf kan zorgen. Hij is tevreden over de Borgerbuurt en wil hier nooit weg.

    
Ome Joop nu.                                                                                                                                Tante Bep in vroegere jaren.

Tante Nel.



Nel Koning is sinds April 2004 weduwe. Haar echtgenoot, meer bekend in de buurt als Ome Frans, is op 83 jarige leeftijd in April 2004 overleden aan een bloedstolsel in zijn hoofd. Daarvoor had hij al drie maal een hart-infarct gehad en  was hij  reuma-patiënt.
Hij heeft 4 dagen in coma in het ziekenhuis gelegen voor hij overleed, waarna zijn lichaam op zijn verzoek ter beschikking van de wetenschap werd gesteld. Veel mensen die hem hebben gekend (en dat waren er nogal wat) hadden daar grote moeite mee omdat er geen afscheid van hem kon worden genomen. Daarom werd besloten om enkele weken na het overlijden alsnog een afscheids-bijeenkomst in de aula te organiseren, waar enkele honderden mensen gebruik van hebben gemaakt.
Ome Frans is geboren en getogen in de Ten Katestraat 441 waar hij tot zijn huwelijk bij zijn ouders woonde.


De ouders van Frans Koning.

De ouders van Ome Frans hadden een marktkraam op de ten Katemarkt met huishoudelijke artikelen, zoals garen en band etc.
Na zijn huwelijk verhuisde hij met zijn Nel naar de Borgerstraat 1202, waar hij woonde tot de sloop van dat pand en hij verhuisde naar de nieuwbouw in de Bellamystraat 352.


Sloop van de eerste woning gezin Koning na huwelijk. Borgerstraat 1202.

Ome Frans is van beroep lijstenmaker geweest en heeft vele jaren bij dezelfde werkgever gewerkt. Tot zijn 45e jaar, want toen liet zijn gezondheid het niet meer toe.  Nadat hij was afgekeurd heeft hij zich ingezet voor diverse buurtbelangen. Zo hielp hij mee met protesteren tegen de te hoge huren.


Hier wordt Ome Frans geïnterviewd over de huurdemonstratie.

Hij was lid van de carnavalsvereniging, zat in de raad van elf en was de eerste prins die beëdigd werd.


Hier is Ome Frans als de eerste prins van de carnavalsvereniging aan het woord.


Samen met Prins Henk van Eyk poseert hier Ome Frans op latere leeftijd op een carnavalsfoto. Hij was toen al ernstig ziek hetgeen aan hem ook is te zien. Toch heeft hij no heel lang samen met zijn Nel de winkeliers etc. bezocht om bonnen, geld en goederen in te zamelen voor de carnavalsvereniging. Elk jaar werden ziekenhuizen bezocht om namens de carnavalsvereniging o.a. fruit etc. uit te delen aan de patiënten.
Ook aan kinderclubs werden geld en/of goederen overhandigd namens de carnavalsvereniging.

   
Hier overhandigt Ome Frans vanaf het spreekgestoelte in het Borgercentrum zo'n cadeau aan een kinderclub.


Maar er werd ook feest gevierd zoals hier samen met Piet Corzelius en diens echtgenote Elly. Vele tientallen Nederlandse en Amsterdamse "songs" werden ten gehore gebracht, niet alleen tijdens carnavalsfeesten, maar ook bij bingo en andere buurtfestiviteiten.

Doch ook ernstiger zaken waren aan de orde van de dag zoals toespraken tijdens buurtbijeenkomsten. Vaak liep dat engszins uit de hand want Ome Frans was een zeer emotioneel mens wiens tranen al snel de overhand kregen.


Hier voert Ome Frans weer het hoogste woord tijdens een buurtbijeenkomst met buurtbewoners.

Ook voor Buurthuis De Vierhoek heeft Ome Frans zijn beste beentje voorgezet. Zo zorgde hij er o.a. voor dat Ria Hilgersom voor de judoclub een nieuwe judomat kreeg aangeboden. Ook voor DE KLINKER heeft hij het nodige gedaan. De eerste paal voor die nieuwbouw werd door Ome Frans geslagen. Marco, een van de medewerkers van de Klinker heeft Ome Frans vaak om advies en informatie gevraagd, want als iemand veel van de buurt wist was Ome Frans dat wel.
Ook voor scholen in Oud-West heeft hij zich beschikbaar gehouden zoals uit onderstaand epistel blijkt.

Frans en Nel Koning hebben een zoon die als administrateur van de belastingdienst door het leven gaat. 
Nel heeft een lieve schoondochter waar ze veel steun en hulp aan heeft.
In de flat waar ze nu woont waren in eerste instantie veel ouderen zoals de heer Esselman, die afkomstig was van de Borgerstraat 1181 (vroegere buurman dus). Maar veel ouderen zijn inmiddels overleden en er komen geen nieuwe ouderen meer bij omdat er geen lift is. 

Gelukkig kan Nel goed met de jongere buren opschieten en zo ontvangt ze ook van die jonge buren veel steun en hulp.
Met haar 85 jaar is TANTE NEL van plan om nog vele jaren door te gaan met ademhalen, want ondanks het feit dat ze nu alleen is achtergebleven heeft ze nog vele vrienden en kennissen die haar niet in de steek laten.


Ook de heer Esselman is inmiddels overleden. 
Hier rust hij nog uit op een vuilniszak in de Wenslauerstraat.

Maria Gooijer.

Via de Noordermarkt, de 2e Laurierdwarsstraat, de Lijnbaansgracht (30 jaar) en de Kijkduinstraat (26 jaar) is Maria in 2000 in De Klinker terecht gekomen. Door de verbouwing is ze twee jaar woonachtig geweest in De Bocht in de Spaardammerstraat waarna ze onlangs terug is gekomen in De Klinker. In beide verzorgingstehuizen heeft ze het prima naar de zin gehad en nog steeds.

Haar man is vijf jaar geleden overleden, ze heeft twee zonen waarvan er een is overleden door "de ziekte", ze is gelukkig met 4 kleinkinderen en1 achterkleinkind.
Haar echtgenoot is werkzaam geweest bij de Melkfabriek Holland maar toen haar jongste zoon 16 jaar was werd haar man "geestes"-ziek en veertig jaar lang heeft ze hem bijgestaan in zijn ziekte. Ze heeft daarbij heel veel steun van haar beide zoons gehad.

Vanwege financiële omstandigheden is Maria bij diverse "mevrouwen" werkzaam geweest. Ze is een nuchtere vrouw die ondanks haar zware leven de moed niet heeft opgegeven.
Haar hobbys zijn poppen en allerlei soorten beeldjes. Haar hele huis staat er vol mee en een vitrinekast zit ook "boordevol".


Maria trots naast haar vitrinekast.

Op de vraag wat haar lievelingsbeeldje is antwoordt ze dat het een babypop is.


Met die babypop op schoot kijkt ze er vertederd naar.

Maar ze heeft nog een hobby en dat is borduren. Aan de wanden in haar kamers hangen diverse door haar geborduurde schilderijen.
In dit Rembrandtjaar wijst ze naar de door haar geborduurde nachtwacht.

Toen buurtbewoners op Dinsdag 11 juli 2006 in de gelegenheid werden gesteld om met een rondleiding door het gebouw mee te lopen is daar gebruik van gemaakt om Mevrouw Maria Gooijer het een en ander te vragen. En dit is daarvan het resultaat.

Ome Henk.

Henk Berlips heeft jarenlang gewoond in de Jan Hanzenstraat 27.
Hij is geboren in de Jordaan, woonde met 8 broertjes en zusjes jaren in de Tollensstraat maar moest zijn eigen boontjes zien te doppen toen hij en zijn broers en zussen wezen werden. Via vele omzwervingen en diverse baantjes kwam hij uiteindelijk terecht in de scheepsbouw waar hij via ADM en NDSM een opleiding kreeg als koperslager, iets waar hij latere jaren profijt van zou hebben.

Toen de oorlog uitbrak was het gedaan bij de NDSM en werd hij naar Duitsland getransporteerd waar hij 3 jaar lang in een fabriek voor onderzeeërs te werk werd gesteld. Het was daar erg gevaarlijk door de bombardementen en het eten was erg karig. 
In die fabriek was ook de toen 16-jarige Claus te werk gesteld (de latere gemaal van onze koningin) van wie hij wel eens brood gekregen heeft.

Na de oorlog was er nergens werk te vinden, maar een "rijke" tante die op de Leidsegracht woonde gaf hem wat "handelsgeld en goederen" waarna hij een vergunning kreeg als marktkoopman met zelfs een "voorkeurskaart", zodat hij altijd plaats had.


De marktvergunning.


De genoemde voorkeurskaart.


Achterzijde marktvergunning.


Achterzijde voorkeurskaart.

Tot zijn 28e jaar heeft hij als marktkoopman met huishoudelijke artikelen en textiel de kost verdiend maar het voldeed niet.
Vooral in de winter was er geen droog brood te verdienen, dus ging Ome Henk in de "losse handel" via België.
Horloges en sieraden gingen vlot van de hand en hij werd als vrijgezel "rijk" met mooie kleding en schitterende schoenen. Hij droeg elke dag een andere stropdas.

Maar na zijn huwelijk met Els kon dat natuurlijk niet doorgaan en toevallig werd hem toen werk aangeboden door......de NDSM, want daar kwam men geschoold personeel te kort. Men herinnerde zich daar de opleiding die Ome Henk had genoten en zo kwam hij weer in dienst bij zijn oude werkgever. Dat beviel zo goed dat hij ook wisseldiensten moest draaien en zelfs weekenden werd ingeschakeld.. Er werd natuurlijk een goed salaris verdiend en Els was cheffin bij een gordijnenfabriek zodat het jonge gezin financiëel niets tekort kwam. 

In de Jan Hanzensstraat gebeurde het dat Ome Henk met zijn Els op de fiets naar Zandvoort toerde en Els op de terugweg onwel werd. Zo goed en zo kwaad als het ging zijn ze toch thuis gekomen maar daar zakte Els op de bank in elkaar en bleek dat ze een hersenbloeding had. Ze heeft daarna nog vele jaren geleefd maar is nooit meer de oude geworden.

Inmiddels had het gezin twee dochters en verhuisde het men naar de Boskade op het WG-terrein.
Daar hebbe ze drie jaren gewoond. De kinderen waren intussen "de deur uit" en door de gezondheidsverslechtering van Els kwam men terecht in De Klinker. Daar is Els zeven jaar geleden overleden, 74 jaar oud.

Ome Henk heeft 25 jaar bij de NDSM gewerkt en werd toen afgekeurd wegens nekklachten. Hij is trots op zijn Vererend Getuigschrift van 20 oktober 1977 dat ingelijst in zijn huis hangt.


De nu 86-jarige Ome Henk is thans gelukkig in De Klinker.

Jaap Terweij.

Geboren op  3 augustus 1946 woont Jaap al 35 jaar in de Borgerbuurt.
Hij is van beroep Graficus, offset- zeef- en boekdrukker en is jarenlang werkzaam geweest bij Fijnhoutdrukkerij (thans op de Overtoom). Hij zat daar ook in het bestuur en werkte voornamelijk in de praktijk van het bedrijf.
Voor de Borgerbuurt is hij een belangrijke buurtbewoner.
Als voorzitter van de bewonersgroep De Roos van Dekama (Boek van Mr.J.v.Lennep 1802-1868) stimuleert hij bewoners om iets voor de buurt te betekenen door als lid van de bewonersgroep mee te werken aan activiteiten voor en in de buurt.
De groep kan gebruik maken van de ruimte in de Eerste Helmersstraat no.106 en van ruimte in het Bellamy Buurtmuseum aan de Tweede Kostverlorenkade 62.


Japio.

Als actieve buurtbewoner kent Jaap als geen ander de groep jongeren die vaak op bromfietsen door de hele buurt rijden en sms overlast veroorzaken. Hij heeft op die jeugd op zijn manier een goede invloed, waardoor de overlast meestal binnen de perken blijft.
Extra werkers in de bewonersgroep zijn van harte welkom en kunnen zich eventueel aanmelden per telefoon op 020-6836109 of per e-mail japio@dds.nl

Om enkele actiiviteiten van de bewonersgroep te noemen:

Ø      3 maal per jaar organiseert men het inmiddels bekende ETEN MET DE BUREN.

Ø      Het adopteren van 16 kerstbomen (geplaatst door de deelraad) door een groep bewoners die die boom versieren en activiteiten       onder die boom in die buurt organiseren voor volwassenen en/of kinderen. Er is geld beschikbaar voor de versiering, de drankjes en hapjes etc. Dit jaar is dat succesvol.

Ø      Nieuwe extra activiteiten worden tijdig bekend gemaakt.

Doel van dit soort activiteiten is dat men elkaar als buurtgenoten beter leert kennen.

Jaap heeft als voornaamste hobby DE RUIMTEVAART.

Op een congres in 1962 heeft hij Gagarin (De bekende Russische ruimtevaarder. die in 1961 als eerste de ruimte in werd geschoten) ontmoet en vanaf dat moment was zijn belangstelling voor ruimtevaart gewekt.
Als onderdelen verzamelt hij postzegels en poststukken over ruimtevaart, maakt reizen naar voornamelijk Oostbloklanden waar nog veel op dit gebied voorhanden is voor zijn verzamelingen.

Zo verzamelt hij o.a. emblemen waarvan hieronder een tweetal voorbeelden.

                               
Het eerste embleem is van de Nederlandse ruimtevaarder Kuiper.

Jaap beoefent ook de fotografie, heeft een hele verzameling dia’s en negatieven over de Borgerbuurt (waar in de toekomst nog iets mee zal worden gedaan) en spreekt goed Russisch, dat hij zichzelf heeft aangeleerd via vele ontmoetingen in het buitenland.

Jaap schrijft artikelen over ruimtevaart en heeft zelfs een boek geschreven dat in 1983 onder de titel HET SALJOET PROJECT in het Russisch, Engels en Nederlands is uitgegeven.
Hij heeft enkele maanden als medewerker meegedraaid in de Stichting Dock Opbouwwerk in de Borgerstraat 118.
Graag zou hij als medebeheerder worden aangesteld om samen met Rob Versteeg de zich steeds uitbreidende werkzaamheden van het Actviteitencentrum J.J. Cremerplein in goede banen te leiden. Zijn kennis van de buurt, zijn omgang en verstandhouding met de jeugd zijn daartoe een welkome aanvulling. Ook de buurtgenoten zijn daarover enthousiast en Combiwel is op de hoogte van zijn ambities.

Zijn woning puilt uit van voorwerpen van zijn verzamelwoede. 
Zo staan er diverse Russische Matroska's, tientallen samovar's, vele beeldjes met afbeeldingen van ruimtevaarders, sommigen voorzien van handtekeningen, archiefkasten vol foto's, dia;s artikelen etc. etc.


Diverse Matroska's op de boekenplank.

Tenslotte blijkt dat er ook publiekelijk van hem te leren is.
Zo is er op maandag 8 januari 2006 vanaf 19,00 uur een lezing over een reis door Siberië in het Fijnhouttheater, Lootsstraat 37-39.
Toegang gratis.


Dat de Borgerbuurt nog maar vele jaren profijt van deze buurtbewoner mag hebben.

Maria de Jager.

Maria en Henk de Jager zijn rasechte Amsterdammers. Ze woonden 23 jaar in de Borgerstraat en nu wonen ze al weer 29 jaar op de Jac.van Lennepkade. En tot volle tevredenheid. Henk is 33 jaar werkzaam geweest als universeel slijper bij Tetterode maar is daar ziek geworden en als gevolg daarvan nu invalide . Als rolstoeler heeft hij destijds een computercursus gevolgd in Buurthuis De Vierhoek en daarvan heeft hij nu profijt omdat hij afleiding kan vinden op internet etc.

Ze hebben twee zoons. De jongste is bekend geworden als beroeps-basketballer. Hij speelde in het nationale team. Het leuke is dat men in de Kinkerschool de grondslag heeft gelegd voor dat talent. Hij woont nu in Weert alwaar hij voorzitter is van de daar gevestigde basketbalclub..

De oudste zoon is kok en vinoloog. Hij geeft les aan jeugd-delinquenten, want die zullen toch eens een beroep moeten kunnen uitoefenen. En dat bevalt hem prima.

Maria is heel bekend in Oud-West als vrijwilligster. Ze helpt in de catering, bij de lunches, bij het gereed maken van hapjes etc. in buurthuizen en in de Klinker. Ze verleent assistentie bij Bingo- en dansmiddagen. Met haar 70 jaar is ze nog uiterst vitaal. Ze is dol op dit werk en in haar groep medevrijwilligsters is de onderlinge vriendschap heel goed te noemen.

Een van haar hobby's is het verzamelen van ikonen. Ze is daar heel gelukkig mee. Als kennissen met vakantie naar het buitenland gaan en ze zien een ikoon dan mogen ze die van haar voor haar kopen.


Een gedeelte van de verzameling van Maria.


Nog een deel van de verzameling.

Ook is Maria dol op oud kristal, oude koekblikken etc. In haar vitrinekast kan men die verzameling ook bewonderen.


De hierboven genoemde vitrinekast.

Vroeger woonde ze met haar ouders in de Borgerstraat no. 57. In 1945 is het pand ingestort, waarbij haar broertje met zijn vriendje Martin, haar vader en haar oom onder het puin terecht kwamen. Haar vader en oom zijn gered maar haar broertje en het vriendje zijn daardoor overleden. Op 4 mei 1945 is hij begraven.


Foto van een klas uit de Jacob van Lennepschool waar het verongelukte broertje van Maria nog op staat afgebeeld.
(Vanaf rechts onderste rij het derde jongetje links van de boy met het matrozenpakje.)

Tenslotte laat ze nog zien dat ze diverse pentekeningen bezit van Amsterdam en andere plaatsen.

Aan het einde van dit gesprek met Maria kan de conclusie worden verbonden dat ze hoopt nog heel wat jaartjes met deze buurtgerichte werkzaamheden door te mogen gaan.

En dat hopen we met haar.

Ramona Wijngaarde.

Ramona is in 1970 "definitief" naar Nederland gekomen. Daarvoor had ze al een opleiding genoten op de Vroedvrouwenschool in de Henegouwenlaan te Rotterdam. 

Leerlingen van de vroedvrouwenschool te Rotterdam. Ramona zit als tweede van rechts.


Nog enkele leerlingen van de vroedvrouwenschool. Ramona zit links boven.


Ramona met een nieuw gehaalde baby.

Na haar diploma heeft ze ook nog gewerkt in de vroedvrouwenkliniek aan de Camperstraat in Amsterdam.
Maar de meeste kindertjes heeft ze gehaald in Suriname. In totaal wel meer dan tweeduizend.

Ze heeft zelf 4 kinderen, drie dochters en een zoon. De zoon had in Kampen een luxe winkel in bruidsmode.
Een van de dochters is verpleegkundige in Paramaribo en een andere woont op Aruba waar ze met haar man een zaak in electrische
voorzieningen runt. De andere dochter woont in Amsterdam.

In juni 1970 is ze na een drukke arbeid definitief naar Nederland verhuisd.

   
Ramona in haar huiskamer in Amsterdam.                                       Ramona bij haar glazen kast met snuisterijtjes.


Na een aantal jaren is ze als vrijwilligster gaan werken in het servicepunt voor ouderen in de Borgerstraat te Amsterdam.
Toen men daar weg moest is men terecht gekomen in Buurtcentrum De Havelaar waar het aanvankelijk niet zo leuk werken was.
Maar de laatste jaren zijn de problemen verdwenen en is het nu één grote familie geworden.
En daar werkt ze nu inmiddels circa 10 jaar tot volle tevredenheid van zichzelf en vele "oud-westers".

In juni 2007 gaat ze voor goed terug naar Suriname. In Paramaribo bouwt de Woningbouw Vereniging Amsterdam woningen voor "remigranten" en daar heeft ze een woning van toegewezen gekregen.


In zo'n woning gaat Ramona haar laatste jaren hopelijk gezond en rustig doorbrengen.

Op tweede paasdag Maandag 9 april 2007 heeft men in Buurtcentrum De Havelaar afscheid van Ramona kunnen nemen.
En dat hebben heel veel mensen gedaan. Tijdens dit interview was ze nog onder de indruk van alle goede wensen die ze die dag heeft ontvangen.

Van het buurtcentrum De Havelaar kreeg ze een speciaal voor haar ontworpen broche, voorstellende een baby in een baarmoeder.
Ze draagt hem met ere.


De bewuste broche.


Een gelukkige Ramona maakt al voorbereidingen voor haar vertrek.

We hopen dat Ramona in Paramaribo nog een hele gelukkige en fijne tijd zal doorbrengen.
Ze heeft beloofd dat we t.z.t. nog wel eens een berichtje van haar zullen ontvangen waarin ze zal vertellen hoe het met haar gaat.
En dat plaatsen we dan ook op deze site zodat iedereen kan lezen dat het haar goed gaat.

Want dat verwachten we natuurlijk wel.

Liesbeth Florian.

In feite is Liesbeth Florian van Hongaarse afkomst, hoewel ze geboren is in Croatië in het plaatsje Gasinci. Haar moeder was een Hongaarse en haar vader hoogstwaarschijnlijk ook, hoewel hij uit Oostenrijk kwam.
De ouders van Liesbeth hebben het niet makkelijk gehad. Het gezin bestond uit 9 kinderen, maar daarvan zijn er zes al heel jong gestorven. Of er was geen geld om een dokter te betalen en was dat er wel dan waren de doktoren aldaar nog niet erg capabel. Meestal door infectie-ziekten stierven de kinderen er erg jong in die tijd.
De vader van Liesbeth was landbouwer met wat eigen grond, een koe, enkele varkens en kippen. In Croatië werd de politieke toestand dreigend met oorlog op de achtergrond. Door die onveilige toestand en omdat het gezin Florian door de Hongaarse afkomst toch een aparte status had besloot men om Croatië te verlaten en vertrok men naar Oostenrijk. Dat land bestond uit twee delen, een onder Russisch en een onder Amerikaans bewind. Na aanvankelijk bij de Russen te zijn ondergebracht is het gezin uiteindelijk onder het Amerikaans regiem in diverse kampen terecht gekomen. De vader besloot toen om maar naar Amerika te emigreren maar omdat enkele vragen door de vader "foutief" werden beantwoord kwam men daarvoor niet in aanmerking. Uiteindelijk is men nog 11 jaar in Oostenrijk woonachtig geweest.
De zuster van Liesbeth was daarvoor al in Nederland terecht gekomen als gehuwde vrouw. En die zuster en haar man hebben later vanuit Oostenrijk papieren voor Nederland ingevuld waardoor het gezin Florian in Nederland terecht kwam. De broer van Liesbeth is toch naar Amerika geëmigreerd. Hij maakt het goed en Liesbeth bezoekt hem af en toe.
Vanaf 1954 is Liesbeth nu in Nederland. Ze is nooit getrouwd geweest maar heeft wel 12 jaar samengewoond met een Joegoslavische man, die uiteindelijk naar Joegoslavië is teruggekeerd.


Ze voelt zich heel gelukkig en "rijk" met haar nieuwe woning op de Jacob van Lennepkade. In vergelijking met de vroegere woning in Croatië en de kampen in Oostenrijk is dit voor haar een "paleisje",

Toen ze in Nederland kwam heeft Liesbeth ruim 17 jaar gewerkt bij het confectiebedrijf Konersman in de Baarsjes.
Daarna werd ze werkzaam in Amsterdam Noord bij verzorgingstehuis "Het Schouw" als medewerkster in het restaurant en later als medewerkster in de linnenkamer waar ze uiteindelijk hoofd van die linnenkamer werd. Ze heeft totaal 25 jaar in dat verzorgingstehuis gewerkt.


Liesbeth is trots op haar woning die dan ook heel gezellig is ingericht.

Dit jaar (2007) wordt Liesbeth zeventig jaar.
Nu is ze al weer 9 jaar vrijwilligster, aanvankelijk bij het servicepunt voor ouderen "de Kinker", dat nu reeds enige tijd is ondergebracht in Buurtcentrum De Havelaar. En ook in "Het Huis van de Buurt' verricht ze vrijwilligerswerk.
Samen met de andere dames vormen ze een hechte vriendschapsgroep.

Ze hoopt dit werk nog vele jaren te mogen voortzetten en dat hopen wij met haar.


En na het vrijwilligerswerk is het goed vertoeven in haar eigen domeintje.

Cor en Cocky de Vree.

Beiden worden nog dit jaar (2007) 75 jaar. Samen gaan ze de "wittebroodsweken" tijdens de vakantie in Spanje vieren.
Dat geeft wel wat problemen want Cor is invalide en kan bijna niet lopen. Hij moet zich mechanisch voortbewegen, maar de reis is
inclusief al die voorzieningen, ook in het hotel.


Cor in zijn "luie" stoel.
Beiden zijn in Amsterdam geboren en wonen al jaren in de Borgerbuurt op de Jac..v.Lennepkade. Cor was van beroep slager. Hij heeft vroeger les gegeven op de slagersvakschool in Rotterdam en was later bedrijfsleider op een vleeswarenbedrijf. Helaas werden zijn benen
door o.a. spataderen steeds slechter zodat hij op de duur nauwelijks nog kon lopen. Maar samen met zijn vrouw redden ze het aardig.
Cocky is 40 jaar kantoorbediende geweest bij diverse bedrijven, zoals een bank, een expeditiebedrijf, een stempelfabriek en een galvaniseerbedrijf. 


Ze houdt van bloemen en planten en is trots op haar boompje met vruchten dat gewoon staat te pronken aan de straatzijde
van de kade.
Ze heeft diverse hobby's. Zo heeft ze een glasverzameling in een vitrinekast en wat antiek glas in een afzonderlijk antiek kastje.

 
Ze heeft een grote collectie beren in alle formaten. Daarvan heeft ze al een hele groep verkocht voor een goed doel.



 


Boven haar woont een buurman die in Ghana werkzaam was. Ze heeft hem enkele beren meegegeven voor de kindertjes
aldaar. Die waren er heel gelukkig mee.


Verbaasde en lachende Ghanese gezichtjes.


 Maar de moeders moesten de beertjes al snel wassen, zo intensief werd er mee gespeeld.
De buurman heeft een foto gemaakt van de aan de waslijn te drogen hangende beertjes.

Nog een hobby van Cocky is schilderen en mozaïeken. Beide technieken heeft ze geleerd op cursussen in Servicepunt Da Costa.


Een mozaïek nestkastje hangt aan de muur op de kade.

Ook maakt Cocky jaarlijks vele z.g. 3-D-kaarten naar eigen ontwerp, die ze dan naar vrienden en kennissen opstuurt.
Ook is ze in het bezit van diploma's voor schieten met geweer, pistool en pijl en boog. Vroeger was ze lid van
een schietclub, maar die sport beoefent ze nu niet meer.
Ze is nu o.a. vrijwilligster in Het Huis van de Buurt (De Klinker). Ze verzorgt daar o.a. diverse activiteiten.
Cor is door zijn handicap soms wat apathisch, maar Cocky probeert hem zoveel mogelijk te stimuleren om mee te doen.
En dat lukt aardig. 
Laten we hopen dat beiden nog vele jaren gelukkig zo bezig zullen blijven.

Home.